Duurzaamheidsrapportage klinkt als iets voor beursgenoteerde concerns met een eigen ESG-afdeling. Toch komt de vraag steeds vaker terecht bij vastgoedeigenaren, verhuurders en beleggers die zelf helemaal niet rapportageplichtig zijn. De reden is simpel: wie wél moet rapporteren, heeft data nodig over ieder gebouw in zijn portefeuille of financieringsboek. En de belangrijkste bron van die data is het energielabel.
In deze blog leggen we uit wat de CSRD en de EU-taxonomie precies zijn, voor wie ze na de Omnibus-wijzigingen nog gelden, en welke rol jouw energielabel daarin speelt.
CSRD en EU-taxonomie: wat is het verschil?
Het zijn twee verschillende regels die vaak in één adem worden genoemd:
- De CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) verplicht grote ondernemingen om in hun jaarverslag te rapporteren over duurzaamheid: energieverbruik, CO₂-uitstoot, risico’s en beleid. Dat gebeurt volgens vaste Europese standaarden (ESRS), en een accountant controleert het.
- De EU-taxonomie is geen rapportagestandaard maar een classificatiesysteem. Die bepaalt wanneer een activiteit – bijvoorbeeld het bezitten van een gebouw – als ‘groen’ oftewel duurzaam mag worden geteld.
Kort gezegd: de CSRD zegt dat je moet rapporteren, de taxonomie zegt wat als duurzaam telt. Voor vastgoed loopt die tweede vraag rechtstreeks via het energielabel.
Voor wie geldt de CSRD nog?
De reikwijdte van de CSRD is flink ingeperkt. Met het Omnibus I-pakket, definitief vastgesteld op 24 februari 2026 en in werking getreden op 18 maart 2026, geldt de rapportageplicht nog voor EU-ondernemingen met:
- meer dan 1.000 werknemers, én
- een netto-omzet van meer dan € 450 miljoen.
Ondernemingen die hier nieuw onder vallen, rapporteren voor het eerst over boekjaar 2027 (te publiceren in 2028). Voor ondernemingen van buiten de EU geldt boekjaar 2028 als eerste verslagjaar. De EU-taxonomie volgt dezelfde tijdlijn en dezelfde drempels; bedrijven die daar net onder blijven, mogen vrijwillig rapporteren.
Voor de meeste vastgoedeigenaren, particuliere verhuurders en kleinere beleggers betekent dit: je bent zelf niet rapportageplichtig. Maar daarmee is het onderwerp niet weg.
Waarom dit ook telt als je zélf niet hoeft te rapporteren
De partijen om je heen vallen er namelijk wél onder. In de praktijk merk je dat op drie plekken:
- Je financier. Banken en andere geldverstrekkers moeten rapporteren over de duurzaamheid van hun eigen portefeuille. Om te bepalen welk deel van hun vastgoedfinancieringen ‘groen’ is, hebben ze per pand het energielabel nodig. Dat is een van de redenen dat het label meeweegt bij vastgoedfinanciering en bij duurzaamheids- of rentekortingen.
- Je huurder of koper. Verhuur je aan een grote onderneming, dan heeft die de energieprestatie van het gehuurde nodig voor de eigen verslaglegging. Steeds vaker komt die vraag al tijdens de onderhandeling op tafel.
- Je opdrachtgever of samenwerkingspartner. Werk je voor of met een woningcorporatie, een institutionele belegger of een grote ontwikkelaar, dan loopt hun datavraag door naar jou.
Wel goed om te weten: de regels beperken hoeveel informatie een rapporterende onderneming mag opvragen bij kleinere partners in de keten. Je hoeft dus geen volledig ESG-dossier op te tuigen. Een geldig, actueel en geregistreerd energielabel voldoet meestal.
Wanneer telt vastgoed als ‘groen’ in de EU-taxonomie?
Hier wordt het concreet. Voor de activiteit ‘verwerving van en eigendom van gebouwen’ hanteert de taxonomie criteria die vrijwel één op één op het energielabel leunen:
- Gebouwd vóór 31 december 2020: het gebouw heeft minimaal energielabel A, óf het behoort tot de 15% meest energiezuinige gebouwen van de nationale voorraad voor dat gebouwtype.
- Gebouwd na die datum: het primaire energiegebruik ligt minimaal 10% onder de BENG-norm voor bijna-energieneutrale gebouwen (NZEB-10%).
- Voor renovaties geldt een aparte route, onder meer via een aantoonbare verbetering van de energieprestatie.
Daarnaast gelden aanvullende eisen, bijvoorbeeld rond klimaatrisico’s en – voor grote gebouwen – het monitoren van het energiegebruik.
De kern voor vastgoedeigenaren: zonder geldig, geregistreerd energielabel is je pand in deze systematiek simpelweg niet te beoordelen. Het telt dan niet mee als groen – ook niet als het gebouw in werkelijkheid goed presteert.
Wat betekent dit voor jouw energielabel?
Voor rapportagedoeleinden is niet elk label even bruikbaar. Let op drie dingen:
Het label moet geregistreerd staan. Alleen labels die zijn opgenomen in de landelijke database EP-online zijn openbaar verifieerbaar. Banken en rapporterende partijen halen hun data daar vandaan.
Het label moet actueel zijn. Een energielabel is tien jaar geldig. Labels van vóór 2021 zijn nog berekend volgens de oude methodiek en kunnen afwijken van de huidige NTA 8800-systematiek. Twijfel je? Lees dan onze blog over wanneer je een nieuw energielabel nodig hebt.
Het label moet kloppen met de werkelijkheid. Is er sinds de opname geïsoleerd, zijn er zonnepanelen geplaatst of is de ketel vervangen? Dan presteert het pand waarschijnlijk beter dan het label laat zien. Dat is zonde: in de rapportage telt het label, niet de goede bedoeling.
Van rapportageverplichting naar verbeterplan
Het aardige is dat de rapportagekant en de verduurzamingskant hetzelfde vertrekpunt hebben: een actueel energielabel is een nulmeting. Tijdens de opname wordt gekeken naar isolatie, installaties, glas en energieprestatie. Daaruit volgt niet alleen een letter, maar ook inzicht in waar de grootste winst zit.
Vanuit die nulmeting stel je een gericht verduurzamingsadvies op. En die maatregelen tellen dubbel: ze verbeteren je positie richting financiers en rapporterende partners, én ze zijn vaak sowieso nodig. Denk aan de eis dat huurwoningen met label E, F of G vanaf 2029 minimaal naar label D moeten.
Meerdere panden? Begin bij het overzicht
Heb je meerdere panden, dan zit de uitdaging zelden in één label, maar in het geheel. Voor elke datavraag – van je bank, je accountant of je huurder – heb je hetzelfde nodig: per pand een geldig label, een bekende vervaldatum en zicht op de verbeterkansen.
Door je vastgoedportefeuille in één keer in kaart te brengen, voorkom je dat je elke keer opnieuw op zoek moet. Bovendien kun je opnames en verduurzamingsprojecten dan slim bundelen.
Wat kun je nu doen?
Een praktische volgorde:
- Breng in kaart welke panden een geldig, geregistreerd energielabel hebben en wanneer die verlopen.
- Controleer of labels van vóór 2021 nog een reëel beeld geven van de huidige situatie.
- Vraag bij je bank of grootste huurder na welke labeldata zij van je verwachten en wanneer.
- Laat een nieuw energielabel opnemen waar dat ontbreekt of verouderd is.
- Zet de verbeterkansen per pand op een rij en plan ze in de tijd.
Advies van Eerlijk Energielabel
De CSRD is na Omnibus I voor veel minder bedrijven direct verplicht geworden, maar de vraag naar labeldata is er niet minder om. Via banken, huurders en opdrachtgevers komt de rapportagevraag alsnog op je bord. En het antwoord op die vraag is steeds hetzelfde document: een geldig, actueel en geregistreerd energielabel.
Wil je weten waar jouw pand of portefeuille staat en welke data je paraat moet hebben? De EP-adviseurs van Eerlijk Energielabel maken graag een nulmeting en denken mee over de vervolgstappen.