Wat houdt de nieuwe regel in?
De kern is simpel: vanaf 1 januari 2029 mag geen enkele huurwoning meer energielabel E, F of G hebben. Verhuurders moeten hun woning dan minimaal naar label D hebben verbeterd. Deze eis komt niet uit de lucht vallen: hij is al in 2022 afgesproken in de Nationale Prestatieafspraken tussen het Rijk, woningcorporaties (Aedes) en huurdersorganisaties, met als doel alle EFG-labels bij corporaties uiterlijk in 2028 uit te faseren. En dat gaat gelden voor alle verhuurders – dus niet alleen woningcorporaties, maar ook particuliere verhuurders en vastgoedbeleggers.
Betekent dit een verhuurverbod?
Een veelgestelde vraag: mag je een woning met label E, F of G na 2029 helemaal niet meer verhuren? Het antwoord is genuanceerder. Er komt geen algeheel verhuurverbod. Wat er wel komt: gemeenten krijgen vanaf 2029 handhavingsinstrumenten, zoals een dwangsom, om verhuurders te dwingen alsnog te verduurzamen. De woning zelf mag dus in eerste instantie verhuurd blijven, maar als verhuurder loop je vanaf die datum wel het risico op een aanschrijving en boetes als je niets doet.
Zijn er uitzonderingen?
Niet iedere woning valt onder deze eis. Zo worden onder meer monumenten en woningen met een tijdelijk gebruik uitgezonderd. Ook voor woningen in een gemengde VvE (waar huur- en koopwoningen samen in één gebouw zitten) ligt het genuanceerd: is voor de verduurzaming een besluit van de VvE nodig, bijvoorbeeld omdat de gevel of kozijnen gemeenschappelijk eigendom zijn, en stemt de VvE daar niet mee in? Dan vervalt de verplichting voor die verhuurder. Ongeveer 1 op de 5 huurwoningen met een slecht label maakt deel uit van een VvE.
Wat kost het, en welke subsidies zijn er?
Verduurzamen kost geld, maar er is ook ondersteuning. Private verhuurders kunnen gebruikmaken van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH), waarmee tot €15.000 subsidie per woning kan worden aangevraagd. Medio 2026 was daarvoor nog zo’n €113 miljoen beschikbaar; de regeling loopt door tot 2030. Daarnaast onderzoekt het kabinet of de huurregels in het Burgerlijk Wetboek aangepast moeten worden, zodat verhuurders investeringen in verduurzaming makkelijker kunnen verwerken in de huurprijs.
Nog twee dingen die voor verhuurders financieel voordelig kunnen uitpakken: de kosten voor een energielabel en verduurzamingsmaatregelen aan een huurwoning zijn voor ondernemers en verhuurders vaak fiscaal aftrekbaar als zakelijke kosten. En bij het financieren van de verduurzaming speelt het energielabel steeds vaker mee: banken en andere geldverstrekkers wegen het label inmiddels mee bij vastgoedfinanciering.
Wat betekent dit voor de huurprijs?
Verduurzamen is niet alleen een verplichting, het kan ook lonen. Een beter energielabel levert namelijk extra punten op in het woningwaarderingsstelsel, waarmee je als verhuurder een hogere huurprijs mag vragen. Van label E, F of G naar D is al genoeg om aan de nieuwe eis te voldoen, maar hoeveel dat concreet oplevert hangt af van de sprong die je maakt: hoe hoger het label, hoe meer punten en hoe hoger de maximale huur.
Wat kun je nu al doen?
Wachten tot 2029 is geen goede strategie: hoe dichter de deadline nadert, hoe drukker het wordt bij energieadviseurs, aannemers en installateurs. Bovendien geldt het huidige huurrecht al: verhuurders die eerder willen verduurzamen, hoeven niet te wachten op de nieuwe regels. Een logische eerste stap is een actueel energielabel als nulmeting: dat laat precies zien waar een woning nu staat en welke maatregelen het meeste effect hebben, zoals isolatie, HR++ of triple glas, een (hybride) warmtepomp, of zelf energie opwekken met zonnepanelen. Vanuit die nulmeting stel je een gericht verduurzamingsadvies op, zodat je weet welke stappen nodig zijn om op tijd van label E, F of G naar D te komen.
Heb je meerdere huurwoningen in bezit? Dan loont het om niet per woning apart te werken, maar je hele vastgoedportefeuille in één keer in kaart te brengen, zodat je gericht kunt plannen welke woningen als eerste aandacht nodig hebben.
En daarna?
Voor wie verder vooruitkijkt: 2029 lijkt niet het eindstation. Het kabinet onderzoekt namelijk ook om, na het uitfaseren van de EFG-labels, op termijn (rond 2040) ook de labels C en D uit te faseren, met minimaal label B als nieuwe norm. Dat is nog geen vastgesteld beleid, maar wel een signaal dat de lat voor huurwoningen de komende jaren geleidelijk hoger komt te liggen.
Tot slot
De regeling is er nog niet, maar de richting staat vast: huurwoningen met label E, F of G moeten uiterlijk 1 januari 2029 naar minimaal label D. Voor verhuurders is het slim om niet te wachten tot de wet definitief is, maar nu al in kaart te brengen waar hun woning(en) staan.
Wil je weten waar jouw huurwoning(en) nu staan en wat er nodig is om op tijd naar label D te komen? Onze adviseurs van Eerlijk Energielabel maken graag een nulmeting en stellen een verduurzamingsadvies op dat aansluit bij jouw situatie.